Chanoeka – inwijdingsfeest

256px-Grazer_Synagoge_-_Kerzenleuchter Het feest Chanoeka duurt 8 dagen en wordt er een wonder herdacht dat zich in Judea afspeelde. Het begon allemaal in het joodse jaar 3594 (167 jaar voor de jaartelling). Judea viel in die tijd onder het uitgestrekte Syrische rijk.

Antiochus Epifanes
De koning van dat rijk was de Hellenist Antiochus Epifanes. Hij wilde dat iedereen in zijn rijk zich zou aanpassen aan het in Griekenland ontstane Hellenisme en Hellenist zou worden.

Verboden
In het Syrische rijk woonden vele volkeren, waaronder Joden. Ieder met hun eigen gebruiken, tradities en religie. Dat veel Joden geen Hellenist wilden worden, was voor Antiochus Epifanes een doorn in het oog. Hij verbood het houden van Sjabbat en het leren van de Tora. Het weerhield Joden er niet van door te gaan met Sjabbat houden en de Tora te leren, zij het in geheim.

Zeus
Antiochus Epifanes wist ervan en bedacht iets anders. Hij liet op marktpleinen in joodse dorpen en steden een groot beeld van Zeus neerzetten en beval een ieder naar het plein te komen en de dorpe- en stedelingen te dwingen te knielen voor het beeld van Zeus. Degenen die weigerden, werden gedood.

Matitjahoe
Zo was Antiochus Epifanes het ook van plan te doen in het dorpje Modi’ien. De soldaten van de koning plaatsten een beeld van Zeus op het dorpsplein en riepen alle Joden bij elkaar. Ze vroegen naar de belangrijkste man in het dorp. Dat was Matitjahoe. Hem werd veel cadeau’s aangeboden als hij als eerste zou knielen voor het beeld van Zeus. Als hij zou weigeren, zou hij gedood worden. Op dat moment stapte een man uit het publiek naar het beeld van Zeus toe en riep op te knielen om van het gezeur af te zijn. Maar Matitjahoe stak daar een stokje voor. De vijf zonen van Matitjahoe kwamen hun vader te hulp. Het werd een gevecht tussen Joden en de Hellenistische soldaten. De opstand tegen Antiochus Epifanes was begonnen.

Maccabeeën
De opstandelingen hielden zich op in de bergen tussen Modi’ien en Jeruzalem. De soldaten van Antiochus Epifanes vielen hen steeds weer aan. Inmiddels was Matitjahoe gestorven van ouderdom. Een van zijn vijf zonen, Jehoeda, werd de aanvoerder van het joodse leger. Zijn bijnaam was Jehoeda haMakkabie. De soldaten van dit leger werden Makkabiem (Maccabeeëen in het Nederlands) genoemd.

Herstel van de Beth haMikdasj (Tempel)
Drie jaar later, in 164 voor de jaartelling, lukte het Jehoeda haMakkabie en zijn leger om de Tempel in Jeruzalem te bereiken en deze te heroveren op de Hellenisten. De Tempel lag helemaal overhoop en was sterk verwaarloosd. De Maccabeeën herstelden samen met kohaniem (priesters) het hele gebouw. Op de 25ste dag van de joodse maand Kislew waren ze zover dat de Tempel opnieuw kon worden ingewijd.

Kandelaar
Het was voorheen gebruikelijk om de zeven-armige kandelaar in de Tempel iedere dag aan te steken met zuivere olijfolie. Maar de Maccabeeën konden alleen een klein kruikje olie vinden dat net genoeg was om de kandelaar 1 dag te laten branden. Het zou 8 dagen duren eer er nieuwe olijfolie beschikbaar was. Toch besloten ze de de kandelaar aan te steken met de olie uit het kleine kruikje.

Wonder
In plaats van 1 dag te branden op het beetje olie bleef de kandelaar ook de volgende dagen branden. Acht dagen lang. Net zo lang totdat er weer nieuwe olie was.